Algemeen verschijningsbeeld:
De Duitse Herdershond is middelgroot, licht gestrekt, krachtig en goed gespierd,
de knoken zijn droog en de totaalstructuur is vast.

Karakter:
De Duitse Herdershond moet in zijn karakter beeld evenwichtig, zenuwvast, zelfverzekerd, absoluut onbevangen en (zonder prikkeltoestand) volkomen goedaardig zijn.
Daarbij is hij opmerkzaam en handelbaar.
Hij moet moed, strijddrift en hardheid bezitten om als geleide-, waak-, verdediging-, dienst-, en herdershond geschikt zijn.

Maten en gewichten:
Reuen:              schofthoogte 60 – 65 cm.        Gewicht 30 – 40 kg.
Teven:              schofthoogte 55 – 60 cm.        Gewicht 22 – 32 kg.

Het lichaam:

De bovenbelijning verloopt, zonder een zichtbare onderbreking, vanaf de halsaanzet over de goed ontwikkelde schoft en over de, ten opzichte van een horizontale lijn, heel fijn licht afvallende rug tot aan de licht afvallende croupe.

De rug is vast, krachtig en goed gespierd.
De lendenen zijn breed, krachtig gevormd en goed bespied.
De croupe moet lang en licht afvallend zijn (ongeveer 23% ten opzichte van een horizontaIe lijn) en zonder onderbreking van de bovenbelijning overgaan in de staartaanzet.
De borst moet matig breed zijn, de onderborst zo lang mogelijk en uitgesproken.
De borstdiepte moet ongeveer 45 tot 48% van de schofthoogte bedragen.
De ribben behoren een matige welving te tonen, een tonvormige borst is net zo foutief als vlakke ribben.
De staart reikt minstens tot aan het spronggewricht, evenwel niet over het midden van de achtervoet.
Ze is aan de onderzijde iets langer behaard en wordt in een licht afhangende boog gedragen, waarbij ze in opwinding en bij beweging meer opgeheven gedragen wordt, evenwel niet boven de ruglijn.
Operatieve correcties zijn verboden.

anatomie